Je bent regelmatig duizelig. Je hebt het gevoel dat je niet diep genoeg kunt ademhalen. Soms moet je steeds zuchten of gapen om eindelijk een “goede” ademhaling te krijgen. Je hart klopt sneller, je hoofd voelt wazig en je kunt tintelingen in je handen, voeten of gezicht krijgen.

Misschien is je hart onderzocht. Je longen lijken in orde. Je zuurstofgehalte is goed. Toch voelt je lichaam alsof er iets niet klopt.

Dan kan chronische hyperventilatie of een dysfunctioneel ademhalingspatroon een rol spelen.

Veel mensen denken bij hyperventilatie aan iemand die tijdens een paniekaanval heel snel in en uit ademt. Maar hyperventilatie kan veel subtieler verlopen. Je kunt gedurende langere tijd nét te veel ademen voor wat je lichaam op dat moment nodig heeft, zonder dat je zelf merkt dat je snel ademt.

Vanuit kPNI en orthomoleculair perspectief is vervolgens een belangrijke vraag:

Waarom is je lichaam op deze manier gaan ademen?

Want chronische hyperventilatie is niet altijd alleen een ademhalingsprobleem. Stress, het autonome zenuwstelsel, slaap, lichamelijke belasting, ziekte, voedingsstatus en de manier waarop je brein lichamelijke signalen interpreteert, kunnen allemaal onderdeel zijn van het grotere plaatje.

Wat is chronische hyperventilatie?

Ademen heeft één belangrijke functie: zuurstof opnemen en koolstofdioxide (CO₂) afgeven.

Je lichaam probeert de hoeveelheid ventilatie voortdurend af te stemmen op wat je metabolisme nodig heeft. Tijdens sporten produceer je bijvoorbeeld meer CO₂ en ga je vanzelf meer ademen.

Bij hyperventilatie is de ventilatie groter dan op dat moment metabolisch noodzakelijk is. Daardoor kan de hoeveelheid CO₂ in het bloed dalen. Dit noemen we hypocapnie.

Een acute daling van CO₂ kan leiden tot respiratoire alkalose: de zuurgraad van het bloed verschuift tijdelijk richting alkalisch.

Maar bij chronische hyperventilatie hoeft iemand helemaal niet zichtbaar naar adem te happen.

Het kan bijvoorbeeld gaan om: 

  • iets te diep ademhalen;
  • veel vanuit de borst ademen;
  • regelmatig grote zuchten nemen;
  • vaak gapen of naar lucht happen;
  • door de mond ademen;
  • een onregelmatig ademhalingspatroon;
  • tijdens praten veel lucht happen;
  • bij lichte inspanning opvallend sterk gaan ademen;
  • het gevoel hebben steeds een diepe ademhaling nodig te hebben.

In de wetenschappelijke literatuur wordt daarom steeds vaker de bredere term dysfunctional breathing gebruikt. Daaronder vallen verschillende afwijkende ademhalingspatronen, waarvan het hyperventilatiesyndroom er één is.

Belangrijk is bovendien dat niet alle klachten van dysfunctional breathing uitsluitend door een lage CO₂ verklaard kunnen worden. Het ademhalingspatroon, de ademhalingsmechanica, perceptie van benauwdheid en regulatie door het zenuwstelsel spelen eveneens een rol.

Welke klachten kunnen bij chronische hyperventilatie voorkomen?

Dat zijn er veel.

Ademhaling en borstkas

Veelvoorkomende klachten zijn:

  • benauwdheid;
  • druk of beklemming op de borst;
  • niet diep genoeg kunnen ademhalen;
  • steeds diep willen zuchten;
  • veel gapen;
  • het gevoel te weinig lucht te krijgen;
  • sneller buiten adem zijn;
  • gespannen ademhalingsspieren;
  • hoog ademen vanuit borst en schouders.

Juist het gevoel “ik krijg niet genoeg lucht” kan verwarrend zijn.

De natuurlijke reactie is namelijk nóg dieper ademhalen. Maar wanneer iemand al te veel ventileert, kan dat het probleem juist versterken.

Hoofd en hersenen

Een verandering in CO₂ beïnvloedt onder andere de cerebrale doorbloeding. Daardoor kunnen bij hyperventilatie klachten ontstaan zoals:

  • duizeligheid;
  • licht gevoel in het hoofd;
  • een zweverig gevoel;
  • brain fog;
  • concentratieproblemen;
  • hoofdpijn;
  • wazig zien;

het gevoel bijna flauw te vallen.

Zenuwstelsel

Door veranderingen die optreden bij hyperventilatie kunnen ook neurologisch aanvoelende symptomen ontstaan:

  • tintelingen rond mond of gezicht;
  • tintelende vingers;
  • tintelingen in handen of voeten;
  • doof of vreemd gevoel;
  • trillingen;
  • gespannen spieren;
  • kramp;
  • een onwerkelijk of gederealiseerd gevoel.

Deze klachten kunnen behoorlijk beangstigend zijn wanneer je niet begrijpt waar ze vandaan komen.

Hart en circulatie

Ook deze klachten komen regelmatig voor:

  • hartkloppingen;
  • verhoogde hartslag;
  • bonzend hart;
  • overslagen voelen;
  • koude handen en voeten;
  • druk op de borst;
  • gevoel van lichamelijke onrust.

Energie en herstel

Bij een chronisch ontregeld ademhalingspatroon zie je daarnaast vaak:

  • vermoeidheid;
  • weinig energie;
  • slecht herstellen van inspanning;
  • sneller overprikkeld zijn;
  • onrust;
  • moeite ontspannen;
  • slecht slapen;
  • vermoeid wakker worden.

Het ingewikkelde is dat deze klachten niet specifiek zijn voor hyperventilatie. IJzertekort kan bijvoorbeeld eveneens vermoeidheid, duizeligheid, inspanningsintolerantie en kortademigheid veroorzaken. Een vitamine-B12-tekort kan onder andere vermoeidheid, cognitieve klachten en neurologische symptomen zoals tintelingen geven.

Daarom is het belangrijk om niet te snel te concluderen: “Het zal wel hyperventilatie zijn.”

Hyperventilatie zonder angst of paniekaanvallen

Chronische hyperventilatie wordt vaak gekoppeld aan angst. Angst kan absoluut een belangrijke trigger zijn. Wanneer het brein gevaar registreert, neemt de sympathische activiteit toe en verandert vaak ook de ademhaling.

Maar de redenering:

hyperventilatie → dus angst → dus psychisch

is te simpel.

Dysfunctionele ademhaling wordt bijvoorbeeld ook gezien bij mensen met astma en andere lichamelijke aandoeningen. In onderzoek onder mensen met stabiel astma werden afwijkingen passend bij acute of chronische hyperventilatie regelmatig gevonden.

Andersom kan een ontregelde ademhaling lichamelijke sensaties veroorzaken die het brein als bedreigend ervaart.

Dan kan een vicieuze cirkel ontstaan:

stress of lichamelijke belasting → anders ademen → lichamelijke symptomen → ongerustheid → meer alertheid → nog meer ademhalingsontregeling.

Je hoeft dus niet eerst een angststoornis te hebben om in zo'n patroon terecht te komen.

Hoe herken je chronische hyperventilatie?

Eén van de aanwijzingen is een combinatie van klachten uit verschillende systemen.

Bijvoorbeeld:

duizeligheid + hartkloppingen + tintelingen + zuchten + vermoeidheid + benauwdheid terwijl hart en longen geen duidelijke verklaring geven.

Let daarnaast eens op je ademhaling wanneer je rustig zit.

Adem je door je neus of mond?

Bewegen vooral je borst en schouders?

Neem je regelmatig een grote zucht?

Heb je vaak het gevoel dat één ademhaling niet “bevredigend” genoeg is?

Moet je steeds opnieuw diep ademhalen?

Wordt je ademhaling al bij lichte stress of inspanning veel groter?

Houd je onbewust je adem in tijdens concentratie en volgt daarna een grote zucht?

Dat kunnen aanwijzingen zijn voor een dysfunctioneel ademhalingspatroon.

De Nijmegen Questionnaire

Een bekende screeningsvragenlijst is de Nijmegen Questionnaire. Deze wordt al jarenlang gebruikt bij klachten die passen bij hyperventilatie of dysfunctional breathing.

Er zit een belangrijke nuance aan.

Een verhoogde score bewijst niet dat iemand daadwerkelijk chronisch te weinig CO₂ heeft. Recente wetenschappelijke reviews benadrukken dat er nog steeds geen perfecte gouden standaard bestaat voor het vaststellen van dysfunctional breathing.

De vragenlijst is daarom vooral een screeningsinstrument, geen definitieve diagnose.

Afhankelijk van de situatie kan aanvullend gekeken worden naar het ademhalingspatroon, ademfrequentie, ademhalingsmechanica en eventueel CO₂ via capnografie of bloedgasanalyse. Bij inspanningsgebonden klachten kan soms cardiopulmonale inspanningstest (CPET) relevant zijn.

Eerst uitsluiten wat niet gemist mag worden

Benauwdheid, hartkloppingen en duizeligheid kunnen niet automatisch worden toegeschreven aan hyperventilatie.

Afhankelijk van de klachten moeten bijvoorbeeld hart- en longaandoeningen, astma, bloedarmoede, ijzertekort, schildklierafwijkingen, vitamine-B12-tekort, infecties en andere medische oorzaken worden overwogen.

Bij nieuwe of ernstige benauwdheid, pijn op de borst, flauwvallen, neurologische uitval of snel toenemende klachten is medische beoordeling belangrijk.

Pas daarna wordt de vraag interessant:

Welke factoren zorgen ervoor dat het ademhalingspatroon ontregeld blijft?

Daar komt het kPNI-perspectief in beeld.

Chronische hyperventilatie vanuit kPNI-perspectief

Binnen de klinische Psycho-Neuro-Immunologie kijken we niet uitsluitend naar één symptoom, maar naar de wisselwerking tussen onder andere brein, autonoom zenuwstelsel, immuunsysteem, metabolisme, hormonen, gedrag en leefomgeving.

Bij chronische hyperventilatie gaat het daarom niet alleen om hoe iemand ademt, maar ook naar waarom het lichaam voortdurend aanleiding krijgt om zo te ademen.

1. Het autonome zenuwstelsel

Je ademhaling en autonome zenuwstelsel zijn nauw met elkaar verbonden.

Bij dreiging of belasting wordt het lichaam voorbereid op actie. Hartslag, spierspanning, aandacht en ademhaling kunnen veranderen.

Dat systeem is fantastisch wanneer je werkelijk moet handelen.

Problematisch wordt het wanneer het lichaam onvoldoende terugschakelt.

Denk aan:

  • chronische werkdruk;
  • voortdurend piekeren;
  • emotionele belasting;
  • mantelzorg;
  • slaaptekort;
  • weinig herstelmomenten;
  • voortdurende prikkels;
  • langdurige pijn;
  • ziekte;
  • te weinig fysieke herstelcapaciteit.

Het zenuwstelsel kan daardoor als het ware steeds gemakkelijker in een actiestand terechtkomen.

Ademhaling is vervolgens zowel een gevolg als een startpunt.

Onderzoek naar langzaam gecontroleerd ademen laat zien dat dit de autonome regulatie kan beïnvloeden. Een grote systematische review en meta-analyse vond dat langzaam ademen verschillende parameters van vagale hartslagvariabiliteit kan verhogen.

Dat betekent niet dat “zes keer per minuut ademen” iedere oorzaak van hyperventilatie oplost.

Het laat wel zien hoe krachtig de verbinding tussen ademhaling en autonome regulatie is.

2. Slaap en herstel

Een zenuwstelsel dat onvoldoende herstelt, wordt gevoeliger voor prikkels.

Daarom kijk je bij chronische hyperventilatie bijna altijd naar slaap.

Niet alleen:

Hoeveel uur slaap je?

Maar ook:

  • hoe laat ga je naar bed?
  • word je 's nachts wakker?
  • word je uitgerust wakker?
  • snurk je?
  • adem je 's nachts door je mond?
  • gebruik je alcohol om te ontspannen?
  • blijf je 's avonds lang actief of achter een scherm?
  • heb je voldoende daglicht en beweging?

Slaaptekort is geassocieerd met veranderingen in autonome regulatie. Andersom zijn er inmiddels aanwijzingen dat langzame ademhaling voor het slapen de subjectieve slaapkwaliteit kan verbeteren, al is het bewijs voor objectief gemeten slaap nog niet overtuigend.

3. Voedingsstatus en energie

Hier wordt het orthomoleculaire perspectief relevant.

Supplementen zijn niet dé behandeling voor chronische hyperventilatie.

Maar tekorten of metabole problemen kunnen wel symptomen veroorzaken die sterk op hyperventilatie lijken of de totale fysiologische belasting vergroten.

Denk bijvoorbeeld aan ijzertekort. Dit kan ook zonder ernstige bloedarmoede klachten geven als vermoeidheid, concentratieproblemen, duizeligheid, inspanningsintolerantie en kortademigheid.

Ook vitamine B12 verdient bij neurologische klachten aandacht. Een tekort kan onder andere vermoeidheid, brain fog en perifere neuropathie veroorzaken.

Daarom kan het afhankelijk van iemands voorgeschiedenis zinvol zijn om reguliere diagnostiek en eventueel bloedonderzoek mee te nemen.

Het uitgangspunt is niet: “Welke supplementen helpen tegen hyperventilatie?”

maar wel: “Is er een fysiologische factor aanwezig die het lichaam extra belast of vergelijkbare klachten veroorzaakt?”

Dat is een wezenlijk verschil.

4. Neusademhaling en ademhalingsmechanica

Ook hoe je ademt is relevant.

Bij rustige omstandigheden hoort de neus de primaire ademweg te zijn. De neus verwarmt, bevochtigt en filtert de ingeademde lucht. In de neus en neusbijholten wordt bovendien relatief veel stikstofmonoxide (NO) geproduceerd, een signaalmolecuul dat onder andere betrokken is bij luchtwegfysiologie.

Bij sommige mensen is mondademhaling een gewoonte geworden. Bij anderen ligt er een reden onder, zoals chronische neusverstopping of allergische klachten.

Alleen zeggen “houd je mond dicht” is dan uiteraard geen oplossing.

Ook een sterk borstgedomineerde ademhaling, veel zuchten en overmatig grote ademteugen kunnen onderdeel zijn van dysfunctional breathing.

5. De vicieuze cirkel doorbreken

Bij langdurige klachten kan uiteindelijk een zichzelf onderhoudend patroon ontstaan.

Je voelt iets.

Je brein controleert het.

Je verandert je ademhaling.

Je voelt daardoor méér.

Je wordt alerter.

En je gaat je ademhaling nog meer controleren.

Daarom bestaat herstel meestal niet uit één trucje.

Hoe kun je chronische hyperventilatie herstellen?

Een goede aanpak bestaat wat mij betreft uit meerdere lagen.

Stap 1: vaststellen of het werkelijk om dysfunctional breathing gaat

Niet iedere duizeligheid of benauwdheid is hyperventilatie.

Eerst moet duidelijk worden welk klachtenpatroon aanwezig is en welke medische oorzaken al onderzocht zijn.

Stap 2: het ademhalingspatroon normaliseren

Breathing retraining is één van de meest onderzochte niet-medicamenteuze interventies bij dysfunctional breathing.

Een systematische review uit 2025 vond positieve effecten van ademtraining binnen verschillende fysiologische en psychofysiologische domeinen, maar benadrukte tegelijkertijd dat de kwaliteit van het bewijs nog beperkt is en dat behandelprotocollen sterk verschillen.

Het doel is meestal niet om voortdurend extreem langzaam of diep te ademen.

Integendeel. Bij iemand die al te diep ademt kan de instructie “haal eens lekker diep adem” juist averechts werken.

Het gaat eerder om een rustige, ontspannen en passende ventilatie.

Stap 3: het zenuwstelsel opnieuw leren schakelen

Ademhalingsoefeningen werken beter wanneer de rest van de dag niet één lange stressprikkel blijft.

Daarom kunnen ook belangrijk zijn:

  • voldoende slaap;
  • regelmatig daglicht;
  • wandelen;
  • rustige beweging;
  • herstelmomenten;
  • minder constante digitale prikkels;
  • ontspanning zonder alcohol nodig te hebben;
  • passende fysieke training;
  • aandacht voor chronische stressoren.

Stap 4: lichamelijke onderhoudende factoren onderzoeken

Afhankelijk van het individuele klachtenbeeld kan vervolgens gekeken worden naar bijvoorbeeld:

  • voedingsstatus;
  • ijzer en bloedarmoede;
  • vitamine B12;
  • schildklierfunctie;
  • glucosehuishouding;
  • slaap;
  • darmklachten;
  • ontstekingsbelasting;
  • conditie en spiermassa;
  • medicatie;
  • cafeïne en andere stimulerende middelen.

Niet omdat al deze factoren chronische hyperventilatie veroorzaken, maar omdat een goede behandeling onderscheid moet maken tussen oorzaak, gevolg en onderhoudende factor.

Stap 5: het lichaam weer vertrouwen geven

Dit wordt vaak onderschat.

Wanneer iemand maanden of jaren duizelig, benauwd of opgejaagd is geweest, kan er veel aandacht naar het lichaam gaan.

Is mijn hartslag wel goed?

Waarom ben ik weer duizelig?

Kan ik wel genoeg ademhalen?

Gaat het straks weer mis?

Dat is begrijpelijk, maar voortdurende interne controle kan het alarmsysteem actief houden.

Herstel betekent daarom uiteindelijk ook weer ervaren:

mijn lichaam kan inspanning aan, mijn ademhaling hoeft niet voortdurend gecontroleerd te worden en deze lichamelijke sensaties zijn niet automatisch gevaarlijk.

Waarom alleen ademhalingsoefeningen soms niet genoeg zijn

Wanneer het probleem alleen een aangeleerd ademhalingspatroon is, kan goede ademtraining enorm veel verschil maken.

Maar wanneer iemand daarnaast slecht slaapt, voortdurend onder stress staat, een ijzertekort heeft, nauwelijks beweegt of een andere medische aandoening heeft, is alleen “rustiger ademen” soms te beperkt.

Vanuit kPNI en orthomoleculaire geneeskunde kijken we daarom naar het hele patroon:

Wat heeft jouw systeem uit balans gebracht en wat zorgt ervoor dat het niet vanzelf herstelt?

Daar ontstaat een persoonlijk behandelplan uit.

Herken je jezelf hierin?

Heb je al langere tijd last van bijvoorbeeld duizeligheid, benauwdheid, hartkloppingen, vermoeidheid, tintelingen, brain fog, veel zuchten of het gevoel dat je niet goed kunt doorademen?

En zijn onderzoeken steeds redelijk normaal terwijl jij duidelijk voelt dat je lichaam niet goed functioneert?

Dan kan het zinvol zijn om breder te kijken.

Tijdens een telefonische kennismaking van 15 minuten bespreken we kort je klachten en voorgeschiedenis. Ik kan dan met je meedenken of een orthomoleculaire en kPNI-aanpak passend is en welke vervolgstap logisch zou zijn.

Plan een telefonische kennismaking

Je hoeft niet eerst precies te weten wat er misgaat. Dat uitzoeken is juist onderdeel van het proces.


Neem contact op



Wetenschappelijke bronnen

Boulding R, Stacey R, Niven R, Fowler SJ. Dysfunctional breathing: a review of the literature and proposal for classification. Eur Respir Rev. 2016 Sep;25(141):287-94. doi: 10.1183/16000617.0088-2015. PMID: 27581828; PMCID: PMC9487208.

Mohan V, Rathinam C, Yates D, Paungmali A, Boos C. Validity and reliability of outcome measures to assess dysfunctional breathing: a systematic review. BMJ Open Respir Res. 2024 Apr 16;11(1):e001884. doi: 10.1136/bmjresp-2023-001884. PMID: 38626928; PMCID: PMC11029193.

Bondarenko J, Burge AT, Bremner J, Webb E, Nakazawa A, Corso SD, Pepin V, Button B, Hew M, Holland AE. Nonpharmacological Interventions for Dysfunctional Breathing in Adults: A Systematic Review. J Allergy Clin Immunol Pract. 2025 Aug;13(8):2062-2074. doi: 10.1016/j.jaip.2025.04.053. Epub 2025 May 8. PMID: 40345332.

Laborde S, Allen MS, Borges U, Dosseville F, Hosang TJ, Iskra M, Mosley E, Salvotti C, Spolverato L, Zammit N, Javelle F. Effects of voluntary slow breathing on heart rate and heart rate variability: A systematic review and a meta-analysis. Neurosci Biobehav Rev. 2022 Jul;138:104711. doi: 10.1016/j.neubiorev.2022.104711. Epub 2022 May 24. PMID: 35623448.

Zaccaro A, Piarulli A, Laurino M, Garbella E, Menicucci D, Neri B, Gemignani A. How Breath-Control Can Change Your Life: A Systematic Review on Psycho-Physiological Correlates of Slow Breathing. Front Hum Neurosci. 2018 Sep 7;12:353. doi: 10.3389/fnhum.2018.00353. PMID: 30245619; PMCID: PMC6137615.

Thomas M, McKinley RK, Freeman E, Foy C, Price D. The prevalence of dysfunctional breathing in adults in the community with and without asthma. Prim Care Respir J. 2005 Apr;14(2):78-82. doi: 10.1016/j.pcrj.2004.10.007. PMID: 16701702; PMCID: PMC6743552.

Thomas M, McKinley RK, Freeman E, Foy C, Prodger P, Price D. Breathing retraining for dysfunctional breathing in asthma: a randomised controlled trial. Thorax. 2003 Feb;58(2):110-5. doi: 10.1136/thorax.58.2.110. PMID: 12554890; PMCID: PMC1746567.

Eide EM, Hernes HM, Grønli J. Slow breathing techniques before bedtime and the effects on sleep: A systematic review. Sleep Med Rev. 2026 Jun;87:102284. doi: 10.1016/j.smrv.2026.102284. Epub 2026 Mar 20. PMID: 41886931.

Auerbach M, DeLoughery TG, Tirnauer JS. Iron Deficiency in Adults: A Review. JAMA. 2025 May 27;333(20):1813-1823. doi: 10.1001/jama.2025.0452. PMID: 40159291.

Patel H, McGuirk R. Vitamin B12 Deficiency: Common Questions and Answers. Am Fam Physician. 2025 Sep;112(3):294-300. PMID: 40961307.